Lawrence Barsalou (1999), Margaret Wilson (2002) en Susan Goldin-Meadow (2003) bouwden het moderne argument: cognitie is belichaamd. Wie gebaart tijdens het oplossen van een probleem presteert beter. Abstracte concepten zijn verankerd in sensorimotorische ervaring. De hand is niet perifeer aan het brein — ze is onderdeel van het systeem.
Voor het leren is de implicatie sterk. Typen activeert een nauw, geoefend motorisch patroon. Handschrift activeert een rijk, variabel motorisch patroon met geïntegreerde visuele, ruimtelijke en proprioceptieve feedback. De EEG-opnames van van der Meer (2020) maken het verschil concreet: handschrift activeert brede breinnetwerken die typen niet bereikt.
De nadruk van Fluera op de pen — dertien brush engines, druk- en tilt-tracking, streek-latentie onder de 15 milliseconden — is de these van de belichaamde cognitie serieus genomen. De hand blijft in de loop omdat de hand onderdeel is van het denken.